Van de Voorzitter

Van de voorzitter.

Niet zo lang gelden mocht ik een verhaal vertellen in de Abdij over mijn passie: de bergsport. Op dit moment ben ik in Oostenrijk met een aantal vrienden en iedere dag lopen we door de bergen, over gletsjers en beklimmen bergen. Heel bijzonder omdat de jongste 69 is en de oudste 78. Maar we kennen elkaar al 30 tot 40 jaar.

Er is sprake van een gemeenschappelijk verleden, waar we dan ook tijdens de avonden rijkelijk uit putten. We hebben veel met elkaar meegemaakt in de bergen, soms was het erg gevaarlijk, maar altijd was er een gevoel dat we het samen konden rooien en het plezierig en gezellig hadden. De discussies zijn in de loop van de jaren anders geworden. Vroeger ging het over de individuele carrière en over het bedrijf of de stichting, waarin we werkten, het was vakinhoudelijk gericht.

Nu gaan de discussies over de consequenties van het ouder worden. Vroeger gingen we in tempo een berg op, nu rustig, want de knieën willen niet meer zo goed. Vroeger kochten we steeds de nieuwste spullen voor de bergsport, nu zegt de een dat hij zijn versleten berg broek niet meer wil vervangen voor een vers exemplaar. Ik zing mijn tijd wel uit en de broek moet ook zijn tijd uitzingen. We zien het aankomen onze groep zal uiteenvallen omdat het niet meer gaat.

Fysiek zijn we na het dagelijkse diner aan het eind. De kern is dat we worstelen met de gevolgen van het ouder worden. We lachen met elkaar over de geheugenluikjes, die maar niet open willen gaan. We worden ouder, we doen de dingen aangepast aan onze leeftijd. Zo zal eenieder binnen de KBO zonder twijfel met de ouderdom geconfronteerd worden.

En eenieder zal zijn eigen antwoord vinden, zijn eigen aangepast gedrag ontwikkelen. Het is geen gemakkelijk proces. Gelukkig zijn er vrienden en familieleden met wie je over dit soort ontwikkelingen in jezelf kunt lachen, kunt huilen en kunt praten. Ik wens eenieder binnen de KBO een goede vriendenkring of familie toe. Waar dat mogelijk is.

Hans Perik